Kanaaldijk-Noord 1, 5613 DH, Eindhoven
+31 (0) 40-2452555

De dagvaardingsprocedure

De dagvaarding is een schriftelijk stuk waarin de vordering door de advocaat van de eisende partij wordt omschreven. De dagvaarding is bedoeld om de tegenpartij, de gedaagde, op te roepen om voor de rechtbank te verschijnen.

Veel procedures beginnen met een dagvaarding. Ik zal in deze blog beschrijven hoe in de regel een dagvaardingsprocedure waarvoor een advocaat nodig is, bij de rechtbank verloopt.

Dagvaardingsprocedures kunnen over allerlei onderwerpen gaan zoals bijvoorbeeld erfenissen, burengeschillen, zakelijke geschillen, geldleningen of letselschade.

Op de dagvaarding zijn twee verschillende data vermeld. De eerste datum is de datum waarop de dagvaarding door de deurwaarder aan de gedaagde is bezorgd. De tweede datum is de datum waarop de zaak op de rechtbank aanhangig wordt gemaakt. Op de tweede datum gaat de zaak dus bij de rechtbank lopen. Tussen beide data liggen tenminste 8 dagen.

Op de dag waarop de vordering bij de rechtbank aanhangig wordt gemaakt kan zich namens de gedaagde partij bij de rechtbank een advocaat melden. Dat gaat tegenwoordig digitaal. Er gebeurt dan inhoudelijk nog niets. De advocaat van de gedaagde krijgt een termijn van 6 weken om schriftelijk op de dagvaarding te reageren. Daarvoor kan eenmalig een uitstel van 4 weken worden gekregen. Dat stuk van de advocaat van de gedaagde heet de conclusie van antwoord.

Pas nadat de conclusie van antwoord naar de rechtbank is verzonden wordt er op de rechtbank inhoudelijk naar de zaak gekeken. Het eerste wat dan wordt onderzocht is de vraag of het geschil tussen de eiser en de gedaagde zich leent voor het houden van een zitting op de rechtbank waar partijen en hun advocaten daadwerkelijk naar toe moeten. Zo’n zitting wordt een comparitie van partijen genoemd. De datum en het tijdstip van de comparitie wordt in onderling overleg met de advocaten door de rechtbank bepaald.

In de meeste procedures vindt een comparitie plaats. Op de comparitie kunnen de advocaten hun standpunten toelichten en kan de rechter vragen stellen. Vaak worden de vragen door de rechter rechtstreeks aan partijen gesteld. Ook zal de rechter onderzoeken of er mogelijk een regeling kan worden getroffen. Vaak wordt de zitting daarvoor dan onderbroken, zodat partijen eerst  met hun eigen advocaat kunnen overleggen en vervolgens met hun advocaten kunnen onderzoeken of een regeling kan worden bereikt.

Als een regeling wordt getroffen dan zal de rechter de regeling vastleggen in een proces-verbaal. Dat proces-verbaal heeft dezelfde kracht als een vonnis. Als bijvoorbeeld is afgesproken dat de gedaagde € 50.000,00 aan de eiser zal betalen en de gedaagde doet dat ondanks de gemaakte afspraak niet, dan kan het proces-verbaal naar de deurwaarder worden gestuurd. Die kan dan maatregelen nemen om te bereiken dat het bedrag wordt geïncasseerd. Er kan bijvoorbeeld beslag op loon worden gelegd of op een auto of een woning.

Wanneer op de comparitie geen regeling wordt getroffen gaat de procedure verder. Het is mogelijk dat de rechtbank zich dan al voldoende voorgelicht acht om meteen een eindbeslissing te nemen. Als dat zo is dan volgt er over een aantal weken of maanden een eindvonnis, waarmee de procedure bij de rechtbank eindigt.

Ook is het mogelijk dat de rechtbank zich na de comparitie nog niet voldoende voorgelicht acht om een eindvonnis te wijzen. Dan kan er een tussenvonnis worden gewezen. Meestal wordt er dan aan één van de partijen een bewijsopdracht gegeven. Er kunnen dan door de rechtbank getuigen worden gehoord. De partij die het bewijs opgedragen heeft gekregen moet de getuigen voordragen. Getuigen zijn verplicht om voor de rechtbank te verschijnen en een verklaring af te leggen. Meestal vindt er ook een tegenverhoor plaats, waarop getuigen van de andere partij worden gehoord.

Nadat alle getuigen zijn gehoord hebben de advocaten de gelegenheid om schriftelijk op de getuigenverhoren te reageren. Dat wordt de conclusie na enquête genoemd. De advocaat van de partij die de bewijsopdracht kreeg zal dan beargumenteren waarom hij van mening is dat zijn partij in het bewijs geslaagd is. De advocaat van de andere partij zal het tegenovergestelde betogen. Vervolgens is het aan de rechtbank om in het eindvonnis knopen door te hakken.

Tegen het eindvonnis van de rechtbank is hoger beroep mogelijk. De termijn voor hoger beroep is 3 maanden. Als een van partijen in hoger beroep gaat dan volgt er een nieuwe procedure, maar dan bij het gerechtshof. Hoe een procedure bij het gerechtshof verloopt zal ik in een volgende blog uitleggen.