Kanaaldijk-Noord 1, 5613 DH, Eindhoven
+31 (0) 40-2452555

Trouwen vanaf 2018? Gemeenschap van goederen niet langer het uitgangspunt.

Als je in Nederland trouwt zonder huwelijkse voorwaarden te laten opstellen, trouw je automatisch in (algehele) gemeenschap van goederen. Alle bezittingen en schulden van voor en tijdens het huwelijk worden dan gemeenschappelijke bezittingen en schulden van beide echtgenoten. Nederland is nog maar een van de weinige landen die een dergelijk systeem kent. Maar niet lang meer. Met ingang van 1 januari 2018 gaat het huwelijksvermogensrecht namelijk veranderen.

Wat gaat er veranderen en wat betekent dat (mogelijk) voor u?

Voor alle huwelijken die vanaf 1 januari 2018 worden gesloten, geldt dat er niet meer automatisch in algehele gemeenschap van goederen wordt getrouwd. Vanaf 1 januari 2018 trouwen aanstaande echtgenoten in beperkte gemeenschap van goederen. Dat wil zeggen dat het vermogen dat de aanstaande echtgenoten vóór het huwelijk hebben opgebouwd gescheiden blijft van het gemeenschappelijk vermogen (het vermogen van beide echtgenoten). Met andere woorden; wat men voor het huwelijk heeft, blijft privé (bijvoorbeeld een huis, spaargeld of een schuld). Let wel, niet alles blijft privé. Enkel de goederen die voor het huwelijk volledig uw eigendom waren, blijven privé eigendom. Wat aanstaande echtgenoten al voor het huwelijk gezamenlijk hadden, of wat echtgenoten met elkaars goedvinden bij het huwelijk aan goederen inbrengen, valt in de gemeenschap van goederen.

De verandering in het huwelijksvermogensrecht wil eigenlijk niets meer zeggen dan dat vanaf 1 januari 2018 niet langer sprake is van één vermogen dat van beide echtgenoten is, maar dat er vanaf 1 januari 2018 drie vermogens zijn waarmee rekening moet worden gehouden: 1) het gemeenschappelijk vermogen (opgebouwd vermogen tijdens huwelijk en/of ingebracht in het huwelijk), 2) het privévermogen van de ene echtgenoot en 3) het privévermogen van de andere echtgenoot.

Goede administratie van essentieel belang

Met het oog op deze verandering is het van essentieel belang dat (aanstaande) echtgenoten een goede administratie voeren en op die wijze een scheiding aanbrengen in de vermogens. Met andere woorden: ‘wat is van ons beiden en wat is van ons privé’. Wanneer een van de echtgenoten wil dat een goed uitsluitend aan hem of haar toebehoort, zal dit goed geadministreerd moeten worden. Gebeurt dat niet en/of rijst er twijfel over de vraag wie eigenaar is van een bepaald goed, wordt dat goed in beginsel geacht tot het gemeenschappelijk vermogen van beide echtgenoten te behoren. Dat betekent dus dat het goed in zo’n geval in principe eigendom is van beide echtgenoten. Bovenstaande toont aan dat het dus van groot belang is dat beide echtgenoten vanaf het huwelijk een aparte administratie bijhouden voor hun privévermogen en een aparte administratie voor het gemeenschappelijk vermogen.

Persoonlijk voorzie ik evenwel de nodige discussiepunten: bijvoorbeeld hoe daadwerkelijk om te gaan met de privé vermogens als er geen goede administratie is? Wat wordt volstaan onder een ‘goede administratie’? En wat als een van de echtgenoten wel een gescheiden administratie voert en de ander niet? Hoe dit in de praktijk vorm zal krijgen, is vooralsnog afwachten.

Algehele gemeenschap van goederen vanaf 1 januari 2018 helemaal niet meer mogelijk?

Jawel. Ook na de wijziging van het huwelijksvermogensrecht is het vanaf 1 januari 2018 nog steeds mogelijk om in algehele gemeenschap van goederen te trouwen. Willen aanstaande echtgenoten dat dit voor hen geldt, dienen zij hiervoor wel bewust te kiezen en een en ander vast te laten leggen bij de notaris. Nogmaals, regelen zij niets? Dan trouwen aanstaande echtgenoten automatisch in beperkte gemeenschap van goederen. De algehele gemeenschap van goederen is dus vanaf 1 januari 2018 niet meer de standaard.

Geschreven door: Judith van Berlo