Kanaaldijk-Noord 1, 5613 DH, Eindhoven
+31 (0) 40-2452555

Geen family life… wel private life ex artikel 8 EVRM

Een goed en duidelijk college van het Hof Amsterdam over ‘family life’ en ‘private life’ (en de verschillen daar tussen) ex artikel 8 EVRM in het kader van een verzoek om omgang en informatie. Link: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHAMS:2018:3621&showbutton=true&keyword=private+life+8+EVRM+

Mijn ervaring is dat het recht op family life veelvuldig wordt aangehaald in de praktijk. Het recht op private life hoor ik daarentegen veel minder vaak… 

Het Gerechtshof Amsterdam overweegt in de uitspraak van 25 september 2018 hierover:

‘Uit het bepaalde in artikel 8 EVRM volgt voorts dat een ieder recht heeft op eerbiediging van zijn privéleven en familie- en gezinsleven (‘private and family life’), en dat inmenging daarin van enig openbaar gezag slechts is toegestaan voor zover dat bij de wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving’.

(…)

‘Tussen partijen is niet in geschil dat de man de biologische vader van [kind c] is. Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking dan wel ‘family life’ in de zin van artikel 8 EVRM, is biologische verwantschap een belangrijke factor. Het hof stelt bij de beoordeling voorop dat volgens vaste rechtspraak het enkele bestaan van biologische verwantschap onvoldoende is om aan te nemen dat sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking tussen de biologische vader en het kind. De biologische vader dient daarnaast bijkomende omstandigheden te stellen, en in geval van betwisting aannemelijk te maken, die de conclusie rechtvaardigen dat er tussen hem en het kind een nauwe persoonlijke betrekking bestaat die op grond van artikel 1:377a eerste lid BW is vereist voor de ontvankelijkheid van zijn verzoek. Die bijkomende omstandigheden dienen te zijn gelegen in hetzij zijn relatie met de moeder en de betrokkenheid bij het kind voor en na de geboorte (in welk geval die omstandigheden moeten wijzen op voorgenomen gezinsleven) hetzij in de band die na de geboorte tussen hem als vader en het kind is ontstaan. Ook een combinatie van omstandigheden die deels betrekking hebben op de periode vóór de geboorte van het kind en deels op de periode na de geboorte van het kind, kan gelden als voldoende bijkomende omstandigheden (vlg. HR 19 mei 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5876).’

(…)

Uit jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), te weten Anayo/Duitsland (EHRM 21 december 2010, 20578/07) en Schneider/Duitsland (EHRM 15 september 2011, 17080/07), volgt dat de vaststelling van de juridische betrekkingen tussen de biologische vader en het kind en daarmee de vraag of de biologische vader het recht heeft tot toegang tot het kind, een belangrijk deel kan betreffen van de identiteit van de vader en daarmee van zijn ‘private life’. Nauwe banden (‘close relationships’) kunnen volgens het EHRM in gevallen waarin het bestaan van ‘family life’ niet kan worden aangenomen, wel binnen de reikwijdte van het privéleven (‘private life’) van de vader vallen en aldus eveneens onder de bescherming van artikel 8 EVRM. De beslissing om een biologische vader op voorhand te weigeren contact te hebben met zijn kind en hem derhalve niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling, betekent in dat geval inmenging in zijn recht op ‘private life’.’