Kanaaldijk-Noord 1, 5613 DH, Eindhoven
+31 (0) 40-2452555

Beperkte kennisneming van stukken in het bestuursrecht

Op grond van artikel 8:29 Algemene wet bestuursrecht (Awb) kunnen partijen die verplicht zijn inlichtingen te geven dan wel stukken te overleggen, dit weigeren of de bestuursrechter mededelen dat uitsluitend hij kennis zal mogen nemen van die inlichtingen of stukken wanneer hiervoor gewichtige redenen zijn. In haar uitspraak van 10 juni 2020 heeft de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de afdeling) een overzicht gegeven van de hoofdlijnen van haar oordelen met betrekking tot de toepassing van dit artikel.

Toetsingskader

De afdeling geeft in haar uitspraak aan dat bij de beoordeling van een verzoek tot beperkte kennisneming een afweging van belangen moet plaatsvinden. Aan de ene kant speelt hierbij het belang dat partijen over gelijke informatie beschikken. Aan de andere kan kennisneming van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen of derden onevenredig schaden.

Bij de afweging dient te worden gekeken naar de betekenis van het stuk voor het oordeel van de rechter in de hoofdzaak en de procespositie van partijen. Daarnaast moet worden bekeken of de partij aan wie de kennisneming van een stuk wordt onthouden, hierdoor wezenlijk in zijn procesvoering wordt belemmerd. Het gaat bij deze afweging niet om de vraag of het stuk openbaar moet worden, maar om de vraag of er gewichtige redenen bestaan die zich verzetten tegen kennisneming van het stuk door alle partijen.

Door wie kan een verzoek worden gedaan?

Een verzoek op grond van artikel 8:29 Awb kan worden gedaan door de partijen die verplicht zijn stukken in te dienen. Een redelijke uitleg van artikel 8:29 lid 1 Awb brengt naar het oordeel van de afdeling mee dat ook een partij over wie de gevraagde informatie gaat een dergelijk verzoek kan indienen, als het bestuursorgaan bij verplichte toezending van stukken geen verzoek om beperkte kennisneming heeft gedaan.

Eisen aan het verzoek

De afdeling benadrukt in haar uitspraak dat een verzoek tot beperkte kennisneming schriftelijk moet worden gedaan in een afzonderlijk stuk. In dit verzoek moet worden gemotiveerd waarom er sprake is van gewichtige redenen.

Wanneer in ieder geval wel of geen gewichtige redenen?

Tenslotte geeft de afdeling in haar uitspraak aan in welke gevallen er in ieder geval wel of geen sprake is van gewichtige redenen. Er is in ieder geval geen sprake van gewichtige redenen wanneer de Wet openbaarheid van bestuur verplicht tot openbaarmaking van de informatie. Ook mogelijke schadelijke gevolgen van openbaarmaking van informatie vormen op zichzelf geen gewichtige redenen. Van gewichtige redenen is ieder geval wel sprake wanneer beperkte kennisneming wordt gevraagd van een stuk waarin informatie is vervat over een of meer documenten waarvan de openbaarmaking of de kennisneming het voorwerp van het geschil is.

De uitspraak van de afdeling kunt u hier nalezen: https://www.raadvanstate.nl/@121281/202001087-2-a3-en-202001097-2-a3/ .

Heeft u vragen of een verzoek tot beperkte kennisneming van stukken of heeft u een andere bestuursrechtelijke vraag? Neem dan gerust contact met ons op.  

Houben & van Dijck