Kanaaldijk-Noord 1, 5613 DH, Eindhoven
+31 (0) 40-2452555

Vervangende schadevergoeding bij bouwwerkzaamheden

Bij bouwwerkzaamheden kan weleens iets misgaan. De elektriciteit is onjuist aangelegd, houten vloeren liggen scheef of gaan spelen, tegels breken of laten los, er komen scheurtjes in betonnen constructies en ga zo maar door. Niet zelden eist de opdrachtgever dan een schadevergoeding maar kan dit wel zo maar?

Allereerst is het belangrijk om uit te zoeken wie hiervoor aansprakelijk kan worden gesteld. Is dat de aannemer, de onderaannemer of de vakman die het werk daadwerkelijk heeft uitgevoerd? Er wordt dan gekeken naar wie de contractspartijen zijn. Vaak is een overeenkomst gesloten tussen de opdrachtgever (bijvoorbeeld de eigenaar van het pand) en de aannemer (projectleider). Hierdoor dient de aannemer door de opdrachtgever op eventuele gebreken te worden aangesproken. Eventueel kan de aannemer vervolgens zelf nog de uitvoerder hiervoor ter verantwoording roepen maar dit hangt ook af van wat weer tussen hen is afgesproken.

Zodra door de opdrachtgever gebreken aan de verbouwing worden geconstateerd, heeft hij de verplichting om de aannemer hiervan zo spoedig mogelijk op de hoogte te brengen en in de gelegenheid te stellen om die gebreken te herstellen. Wordt hier niet op gereageerd of worden nieuwe herstelafspraken vervolgens niet nagekomen, dan is de aannemer in verzuim. De aannemer is dan namelijk in gebreke gesteld en aangemaand om de gebreken te herstellen.

De opdrachtgever kan dan, in plaats van herstel en daarnaast nog eventuele geleden schade, een volledige schadevergoeding eisen. De volledige schadevergoeding heet juridisch een vervangende schadevergoeding omdat die schadevergoeding het herstel vervangt. Bij een vervangende schadevergoeding eist de opdrachtgever van de aannemer geen herstel meer maar laat hij dit door een andere partij doen. De kosten die de opdrachtgever hiervoor dan moet maken, verhaalt hij vervolgens op de aannemer en vormen tezamen de vervangende schadevergoeding.

Let op, een opdrachtgever kan pas aanspraak maken op een vervangende schadevergoeding indien hij de aannemer dit ook heeft bericht, de zogenoemde omzettingsverklaring. De opdrachtgever dient aldus eerst mede te delen aan de aannemer dat hem niet langer de gelegenheid wordt geboden om de gebreken te herstellen en dat de opdrachtgever dit door een ander laat doen en de kosten hiervan op hem zal verhalen.

Kort en goed moet de aannemer door de opdrachtgever bij tekortkomingen in bouwwerkzaamheden in gebreke worden gesteld en de mogelijkheid krijgen om de gebreken zelf te herstellen. Als de aannemer in verzuim is, dient hij voorts een omzettingsverklaring van de opdrachtgever te ontvangen alvorens een vervangende schadevergoeding kan worden gevorderd. De vervangende schadevergoeding behelst de kosten die de opdrachtgever aan een ander heeft gehad om de gebreken door een ander te laten herstellen.