Kanaaldijk-Noord 1, 5613 DH, Eindhoven
+31 (0) 40-2452555

Inboedelverdeling bij samenwoners

Het aantal huwelijken neemt af. Zeker onder twintigers en dertigers is het huwelijk eerder een uitzondering dan de norm. Dit betekent ook dat het aantal samenwoners zonder huwelijk toeneemt. Sommige stellen maken samen een samenlevingsovereenkomst zodat er wat afspraken vastliggen over de wederzijdse rechten en verplichtingen. Sommige stellen leggen helemaal niets vast. Wat nu als de liefde over is en het stel uit elkaar gaat? Moeten de inboedel dan hetzelfde verdeeld worden als tijdens een echtscheiding van een getrouwd stel?

Het antwoord op deze vraag is volmondig… NEE! De juridische positie van een samenwonend stel is geheel anders dan de juridische positie van een getrouwd stel. Op een getrouwd stel is altijd een huwelijksgoederenregime van toepassing. Dit kan de wettelijke gemeenschap van goederen zijn (sinds 1 januari 2018 gewijzigd!) of een regime dat door de echtgenoten is vastgelegd in huwelijkse voorwaarden. In de wet staan heel veel regels over de afwikkeling van een wettelijke gemeenschap van goederen of huwelijkse voorwaarden. Bij de wettelijke gemeenschap van goederen dient de volledige inboedel (voor stellen die vóór 1 januari 2018 zijn getrouwd) bij helfte te worden verdeeld. Bij samenwoners ligt dit echter anders. Alleen door het samenwonen ontstaat namelijk géén juridische band waar het de inboedel van deze partners betreft. 

Soms maakt een stel een samenlevingsovereenkomst om de afspraken over de verdeling van de inboedel na de beëindiging van de samenleving op voorhand vast te leggen. In dit geval biedt de samenlevingsovereenkomst vaak een aantal aanknopingspunten om tot de verdeling van de inboedel te komen, bijvoorbeeld door expliciet af te spreken wat gezamenlijke inboedelgoederen zijn en wat niet. Als een samenlevingsovereenkomst echter ontbreekt, dan is het stel overgeleverd aan de algemene regels van goederen- en verbintenissenrecht en de bijbehorende perikelen.

Een van de belangrijkste verschillen tussen een huwelijk in gemeenschap van goederen en een samenleving zonder samenlevingsovereenkomst is het feit dat niet alle inboedelgoederen van de partners zonder meer gezamenlijk zijn. Wat vóór de samenleving van een van de partners was blijft in beginsel ook van deze partner en kan na de relatiebreuk dus worden meegenomen, zelfs als het bijvoorbeeld in de woning van de andere partner staat. Dit geldt echter óók voor inboedelgoederen die tijdens de samenleving in eigendom worden verkregen door een van de partner. Deze goederen worden niet ineens gezamenlijk eigendom omdat de partners samenwonen met elkaar, zelfs niets als ze de goederen samen gebruiken. Dit is een groot verschil met een huwelijk in gemeenschap van goederen waar alle goederen die tijdens het huwelijk worden gekocht in beginsel gemeenschappelijk eigendom worden (ongeacht welke echtgenoot het ze verkrijgt) en dus bij een beëindiging van het huwelijk bij helfte verdeeld moeten worden.

Dit geldt ook voor schulden. Een schuld die wordt aangegaan door een van de partners blijft voor zijn rekening en risico en wordt niet ineens een gezamenlijke schuld omdat partners met elkaar samenwonen. Bij een huwelijk in gemeenschap van goederen schrijft de wet voor dat de echtgenoten in hun onderlinge verhouding wel ieder voor de helft draagplichtig zijn, zelfs als het een schuld op naam van een van de echtgenoten betreft.

Voor samenwoners is dus het advies om niet zomaar tot een verdeling bij helfte van alle inboedelgoederen over te gaan wanneer de relatie en samenwoning wordt beëindigd. Omdat de juridische positie van samenwoners sterk verschilt met de juridische positie van gehuwden is het denkbaar dat u aanspraak kunt maken op veel meer dan de helft van alle goederen. Laat u hier dus goed over informeren…

 

 

Related Posts