Kanaaldijk-Noord 1, 5613 DH, Eindhoven
+31 (0) 40-2452555

Proceskosten in familiezaken

Wie een procedure verliest moet alle proceskosten betalen…. Toch? Ik krijg veel vragen over de kosten van een gerechtelijke procedure en wie deze kosten moet betalen als er een procedure wordt verloren. Zeker als er sprake is van ongelijkheid in de financiële middelen van de partijen rijst vaak de vraag of de proceskosten bij winst kunnen worden afgewenteld op de wederpartij.

De wet kent hiervoor een regeling. In artikel 237 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is het volgende bepaald:

‘1. De partij die bij vonnis in het ongelijk wordt gesteld, wordt in de kosten veroordeeld. De kosten mogen echter geheel of gedeeltelijk worden gecompenseerd tussen echtgenoten of geregistreerde partners of andere levensgezellen, bloedverwanten in de rechte lijn, broers en zussen of aanverwanten in dezelfde graad, alsmede indien partijen over en weer op enkele punten in het ongelijk zijn gesteld. Ook kan de rechter de kosten die nodeloos werden aangewend of veroorzaakt, voor rekening laten van de partij die deze kosten aanwendde of veroorzaakte.’

De wet geeft dus direct zowel de hoofdregel als de uitzondering. Als hoofdregel geldt dat de in het ongelijk gestelde partij de proceskosten moet betalen van de in het gelijk gestelde partij. Als uitzondering daarop geldt de bevoegdheid van de rechter om van deze hoofdregel af te wijken en de proceskosten te compenseren in onder meer familiezaken ‘tussen echtgenoten of geregistreerde partners of andere levensgezellen, bloedverwanten in de rechte lijn, broers en zussen of aanverwanten in dezelfde graad’. Het uitgangspunt in familiezaken is dus precies andersom: geen proceskostenveroordeling tenzij… Dit noemt men in de praktijk de compensatie van de proceskosten in familiezaken.

De rechter hoeft zijn beslissing om de proceskosten wel of niet te compenseren niet te motiveren. In de praktijk blijkt dat er in familiezaken vrijwel nooit een proceskostenveroordeling wordt uitgesproken. De voorbeelden hiervan zijn op een spreekwoordelijke hand te tellen. Dit geeft vaak een gevoel van onrechtvaardigheid bij mijn cliënten, zeker als een van de twee partijen wel op basis van gefinancierde rechtsbijstand procedeert en de andere partij niet. De verschillen in de proceskosten zijn dan ontzettend groot.

Hoewel ik die gevoelens van onrechtvaardigheid respecteer, vrees ik er ook voor dat een schikking in familiezaken minder snel tot stand kan komen als de proceskosten óók inzet van de procedure zijn. Immers, in familiezaken is het bereiken van een minnelijke regeling en het opzoeken van een minnelijke overleg misschien nog wel belangrijker dan in andere zaken, niet in de laatste plaats vanwege de belangen van de betrokken kinderen. In uitzonderlijke zaken kan de rechter bovendien altijd een proceskostenveroordeling uitspreken omdat de wet dit wel toelaat.