Judith van Berlo

Eenhoofdig gezag: een ultimum remedium

Regelmatig krijgen wij de vraag of wij een van de (gezaghebbende) ouders kunnen bijstaan met het verkrijgen van het eenhoofdig gezag. In een eerder artikel schreef ik al dat het verkrijgen van het eenhoofdig gezag geen vanzelfsprekendheid is. Over het algemeen zal de rechter het gezamenlijk gezag pas wijzigen als er een onaanvaardbaar risico is dat de minderjarige klem of verloren raakt tussen de ouders en dat niet te verwachten valt dat daarin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering komt en/of dat wijziging van het gezag anderszins in het belang van de minderjarige is. Maar wanneer is hiervan nou sprake?

Voldoe de kinderalimentatie op een inzichtelijke wijze om latere problemen te voorkomen!

Met grote regelmaat worden er alimentatieprocedures gevoerd en worden er door de rechtbank alimentatieverplichtingen opgelegd. Op basis van dergelijke uitspraken is de alimentatieplichtige verplicht om aan deze opgelegde alimentatieverplichting te voldoen. Helaas blijkt uit de praktijk dat de nakoming van een alimentatieverplichting regelmatig te wensen overlaat. Wanneer een alimentatieplichtige zijn of haar alimentatieverplichting niet nakomt, kan dat negatieve gevolgen hebben voor de alimentatiegerechtigde (de ontvanger). Alimentatie is namelijk bedoeld om te kunnen voorzien in het levensonderhoud en wanneer iemand geen alimentatie ontvangt, kan dat wel eens betekenen dat diegene niet voldoende financiƫle middelen heeft om in het levensonderhoud van de kinderen te voorzien.

Drie maanden huurachterstand of meer? Niet altijd volgt ontruiming!

Met regelmaat vinden er procedures plaats in verband met een huurachterstand. Wanneer huurders een huurachterstand hebben van drie maanden of meer starten veel verhuurders een procedure waarbij zij ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde vorderen. Tevens vragen zij de rechter vaak om de huurder te veroordelen om de huurachterstand alsnog te voldoen. In beginsel is een huurachterstand van drie maanden of meer voldoende voor de rechtbank om de vorderingen van de verhuurder toe te wijzen, maar toch gebeurt dat niet altijd. Hoe zit het en waarmee houdt een rechter bij dergelijke procedures rekening?